de firma C. van Dijk & Zonen
(de veugeltjesfabriek)
's Zondags, de jaren  19501965
gids=webpagina overzichtnaarb de firma C. van Dijk & Zn. veugeltjes

             





Op de Zondagen moesten de vogels en dieren ook verzorgd worden. In de magazijnen aan de Bischop Aelenstraat werden de kooien schoongemaakt op maandag en donderdag dus niet in het weekend. Schone voer- en drinkbakken werden wel elke dag in de kooien gezet. De middag- ronde werd er dan alleen 'bijgevoeierd'. Bij de zaadeters ging dat wat sneller, daar hoefde je alleen de lege pellen af te blazen en nieuw zaad bij te doen. Zondags middags was er iemand die water bijgaf.


Op zondag werd er uitgeslapen tot half negen. Om negen uur werd er begonnen met de verzorging van de dieren. Doordeweeks was er geen particuliere verkoop en op Zondag vanaf een uur of tien begonnen de klanten binnen te stromen en moest alles aan kant zijn. Gevoerd, geveegd en alle losvliegende vogels gevangen en in de juiste kooi gezet, soort bij soort.


Dat vangen was een vak op zich. Als er tijdens het voeren per ongeluk een deurtje (schöfku) open was blijven staan vlogen er een hele klocht veugeltjes rond. Met een schepnetje aan een lange stok moesten de vogels in de vliegrichting geschept worden, niet dwars ertegenin want dan gebeurden er ongelukken. 

De Brusselse  Vogelmarkt werd trouw elke zondag door een van de van Dijks bezocht. Er werden dan veel vogels afgeleverd en gekocht. Je moest om 5 uur aanrijden. Het was vooral 's morgens om 6 uur te doen, dan werd de handel tussen de handelaren gedaan. Bij thuiskomst rond het middaguur moesten de gekochte vogels weer uitgepakt en verzorgd worden. Net op tijd voor Willem II- NOAD was alles klaar.
 


De animo om 's zondags om 5 uur aan te rijden en naar Brussel te rijden verdween rond 1963 omdat het niet meer rendabel was.

    


Met busladingen tegelijk kwamen de vogelverenigingen uit binnen en buitenland naar de Bisschop Aelenstraat om hun vogels te kopen en de voorraad te bewonderen. Het werd zo druk met bussen dat ze alleen nog op afspraak werden toegelaten. Toen Duitsland een invoerverbod afkondigde voor 'kromsnavels' was het hek van de dam. Honderden Duitse vogelliefhebbers kwamen hun Papageien kopen en namen ze mee naar Duitsland. Er is toen een proef genomen om bussen alleen toe te laten als ze een geldig entree kaartje van het Tilburgs Dierenpark hadden.

 

Als om een uur of 10 de eerste particulieren binnen mochten  werd er door de 'bemanning' van de dag tegen elkaar geseind dat er gesurveilleerd moest worden. Diefstal, het was elke Zondag raak, er kwamen de meest vreemde vogels  om te kopen en te jatten.  

 

Het magazijn waar de vogels waren opgeslagen had drie verdiepingen. Beneden opslag van zaad en kisten. Op de eerste verdieping waren 4 afdelingen (lange zalen) van ongeveer 25 x 6 meter. De irste, twidde, derde en liste koamer. In de irste koamer zaten de Senegalvogeltjes in de twidde koamer de Beo's en fruiteters. De derde koamer was de knorriekoamer en in de liste zaten de bisjes en de ara's. Op de bovenverdieping links en rechts een lange rij volières.

Hier Chirst (1.1.7) van Dijk tussen de Deense Bonte parkieten op de bovenverdieping.

 

Verdachte en ongunstig bekende personen werden gewoon gevolgd door alle afdelingen heen en in de gaten gehouden. Er mocht onder geen beding een afdeling zonder oppas zijn.

 

Werd er iemand betrapt dan had hij het slecht. Gejatte veugeltjes inleveren en als hij niet heel rap weg was of commentaar gaf werd ie gewoon de trap af geflikkerd en buitengeschopt.

 

 


Om een uur of een was het meestal gedaan en gingen de meeste mensen naar huis of een borreltje halen bij Fons Westenburger aan de Veldhovenring of café de 'C' op het Wilhelminapark en dan naar het voetballen. (de kerkgangers deden dat ook na de mis en zo zag iedereen elkaar in de kroeg)

Dat liep ook wel eens uit de hand.

 

Een van de meest populaire café spelletjes was het 'stoppen'. Een grote kurk aan een touwtje werd op een bierviltje gelegd. De uitdager had een pokerbeker in de hand en de derde persoon was helper en wierp twee dobbelstenen. Als er een dubbel gegooid werd moest de bekerhouder de stop vangen door de beker er overheen te slaan. De kurkentrekker probeerde de kurk van het viltje af te trekken. De winnaar kreeg een borreltje!